Urineverlies tijdens de perimenopauze: dit is wat je kunt doen

Portret van Annelies de Vries, coach voor vrouwelijk welzijn en persoonlijke groei
Annelies de Vries
Gediplomeerd coach voor vrouwelijk welzijn
Perimenopauze herkennen en begrijpen · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Het is zover. Je staat in de supermarkt, lacht naar de buurvrouw en dan gebeurt het: een ongemakkelijke, druppelende verrassing. Of je staat op van je stoel en voelt die natte plek.

Het is niet iets waar je over praat bij de koffie, maar het is wel iets waar veel vrouwen mee worstelen.

Urineverlies, oftewel incontinentie, tijdens de perimenopauze is ontzettend normaal. Echt waar. Het voelt misschien als een eenzaam probleem, maar je bent absoluut niet de enige.

Laten we dit eens openlijk bespreken, zonder gene. Want wat gebeurt er eigenlijk met je lijf en, belangrijker nog, wat kun je eraan doen?

Waarom gebeurt dit nu net bij mij?

Even kort door de bocht: je lichaam maakt een grote verandering door.

Tijdens de perimenopauze, de jaren vóór je menopauze, daalt je oestrogeenproductie. Dit hormoon is een echte krachtpatser. Het houdt je spieren en weefsels sterk en soepel, inclusief die van je bekkenbodem. Je bekkenbodem is eigenlijk een hangmat van spieren die je blaas, baarmoeder en darmen op hun plek houdt.

Als je oestrogeen daalt, verliest dit weefsel elasticiteit. Het wordt slapper. Stel je een oude elastische band voor die zijn kracht verliest; dat gebeurt er min of meer met je onderkant.

Je sluitspier, die normaal strak om je plasbuis zit, wordt minder stevig.

Daarnaast zorgt de hormoonverandering ervoor dat het slijmvlies in je urinebuis dunner en gevoeliger wordt. Dit maakt het lastiger om urine tegen te houden bij druk, zoals hoesten of niezen. Dit is geen gebrek aan wilskracht of een persoonlijk falen.

Het is simpelweg fysiologie. Je lichaam reageert op een overgangsfase. En ja, het kan frustrerend zijn, maar het is vaak goed te managen.

De drie soorten ongemakken (ja, ze zijn verschillend)

Niet alle urineverlies is hetzelfde. Om te weten wat je kunt doen, moet je weten wat je precies hebt.

1. Inspanningsincontinentie (de druppel bij beweging)

Meestal gaat het om een van de volgende twee types, of een mix ervan.

Dit is de meest voorkomende vorm tijdens de perimenopauze. Het gebeurt wanneer er druk op je blaas komt te staan. Denk aan hoesten, niezen, lachen, hardlopen, tillen of zelfs maar opstaan uit een stoel.

2. Aandrangsincontinentie (de noodzakelijke sprint)

Je hoeft geen aandrang te voelen; het gebeurt gewoon. Je sluitspier kan de plotselinge druk niet meer aan.

Het voelt vaak als een kleine lekkage, maar het kan ook een grotere hoeveelheid zijn. Hierbij voel je een opeens, heftig gevoel dat je NU moet plassen. Je hebt maar een paar seconden de tijd voordat het misgaat. Dit kan komen door een overactieve blaas.

3. Mengvormen

Je spieren trekken samen zonder dat jij dat wilt. Soms is het een reactie op een geluid (stromend water), of een verandering in temperatuur.

Het is alsof je blaas geen seconde geduld heeft. Je kunt ook beide soorten tegelijk hebben. Dat maakt het soms lastig om te peilen wat je precies nodig hebt, maar de oplossingen zijn vaak overlappend.

Wat kun je direct doen? Leefstijl als medicijn

Voordat je denkt aan hulpmiddelen of medicijnen, is het slim om je leefstijl onder de loep te nemen. Dit klinkt saai, maar het werkt echt. En het goede nieuws: je hoeft geen marathon te lopen om resultaat te zien.

Koffie, thee, cola en energiedrankjes bevatten cafeïne. Cafeïne is een bekende blaasirritant.

Stop met die grote bekken koffie

Het stimuleert je nieren en maakt je urineproductie sneller. Bovendien is het een licht diureticum, wat betekent dat je vaker moet plassen.

Probeer eens over te stappen op koffie- of theevervangers. Denk aan koffie van granen, zoals die van Nescafé Dolce Gusto of andere merken, of gewoon een lekkere kruideninfusie. Het kan een wereld van verschil maken.

Let op je vochtinname

Veel vrouwen denken: "Ik drink minder water, dan plast mijn blaas ook minder." Dit is een foute gedachte.

Als je te weinig drinkt, wordt je urine geconcentreerder en schuurlijker. Dit irriteert je blaas juist extra. Je blaas raakt overgevoelig. Probeer 1,5 tot 2 liter water per dag te drinken.

Je bekkenbodem trainen

Verdeel dit over de dag. Nachtelijk urineverlies? Drink 's avonds na 19:00 uur minder, maar stop niet helemaal.

Dit is de gouden tip. Je bekkenbodemspieren zijn net als elke andere spier: als je ze traint, worden ze sterker.

Denk aan de beroemde bekkenbodemfysiotherapie. Je leert daar hoe je de spieren op de juiste manier aanspant en, nog belangrijker, weer ontspant. Je kunt ook zelf beginnen met Kegel-oefeningen.

Probeer eens, terwijl je zit, de spieren aan te spannen alsof je de plas moet tegenhouden. Houd dit 5 seconden vast en ontspan daarna 5 seconden. Doe dit 10 keer achter elkaar, een paar keer per dag. Apps zoals Squeezy of gewoon oefeningen via YouTube kunnen hierbij helpen, maar een echte fysiotherapeut is het beste als je niet zeker weet hoe het moet.

Voeding en gewicht: Een indirecte maar krachtige factor

Je gewicht speelt een rol bij urineverlies. Een hoger gewicht betekent meer druk op je blaas en bekkenbodem.

Het is een simpel rekensommetje: hoe meer massa, hoe meer druk op de sluitspier.

Probeer niet te focussen op een streng dieet, maar op een gezonde balans. Eet veel vezels (volkoren brood, groenten, fruit). Waarom? Omdat verstopping (obstipatie) een vijand is van je bekkenbodem.

Een opgeblazen darm drukt op je blaas. Dus, een gezonde darm = een gelukkige blaas.

Hulpmiddelen: Het stigma voorbij

Er is niets mis met hulpmiddelen gebruiken. Integendeel, het geeft je vrijheid.

Je hoeft je huis niet uit te rennen omdat je een wc zoekt. Er zijn inlegkruisjes speciaal voor urineverlies (niet te verwarren met maandverband).

Merken zoals Always Discreet of de huismerken van Kruidvat en Etos zijn hierin heel ver gegaan. Ze zijn dun, geurloos en absorberen snel. Ze zijn er in verschillende maten, van een druppel tot een grotere lekkage. Er zijn ook speciale incontinentiebroekjes.

Dit klinkt ouderwets, maar ze zien eruit als normaal ondergoed. Ze zijn ideaal voor ’s nachts of tijdens het sporten.

Het geeft een veilig gevoel, en dat vermindert de angst voor ongelukjes, wat vaak de blaas zelf ook kalmeert.

Medische opties: Wanneer is het nodig?

Als bovenstaande tips niet genoeg helpen, is het tijd voor de volgende stap: de huisarts.

Het is belangrijk om dit niet te accepteren als "gewoon je leeftijd". Er zijn opties. Een veelgehoorde behandeling is hormoontherapie.

Omdat een tekort aan oestrogeen vaak de boosdoener is, kan lokale hormoonzalf of -crème (in de vagina) helpen. Dit herstelt de elasticiteit van de weefsels zonder het hele lichaam te belasten met systemische hormonen. Soms is een lage dosis oestrogenen in een pleister of tablet ook een optie, altijd in overleg met je arts. Medicijnen kunnen ook helpen, vooral bij aandrangsincontinentie.

Er zijn medicijnen die de blaasspier kalmeren, zodat je minder drang voelt.

Denk aan merknamen zoals Vesicare of Detrusitol, maar dit is echt iets voor de huisarts of uroloog om te bepalen.

De mentale kant: Je bent niet alleen

Urineverlies kan een deuk in je zelfvertrouwen geven. Je vermijdt misschien sociale activiteiten of bent constant op zoek naar de dichtstbijzijnde wc. Dat is vermoeiend.

Probeer te onthouden dat dit een fase is. Het is lichamelijk, niet persoonlijk. Praat erover met vriendinnen.

Grote kans dat zij het ook hebben, maar er niet over praten. Het taboe doorbreken helpt.

Lachen om een ongelukje (ja, echt) haalt de spanning eraf. Stress maakt je blaas overactiever, dus ontspanning is je beste vriend.

Wanneer naar de dokter?

Hoewel urineverlies vaak onschuldig is, zijn er signalen waar je niet mee moet wachten. Ga naar de huisarts als:

  • Je bloed in je urine ziet.
  • Je plotseling niet meer kunt ophouden (volledige incontinentie).
  • Je pijn voelt bij het plassen.
  • Je last hebt van een zwaar gevoel in de vagina (een verzakking).

Een bezoek aan de huisarts of een bekkenbodemfysiotherapeut is vaak al genoeg om een plan te maken. Je hoeft hier niet mee rond te lopen.

Conclusie

Urineverlies tijdens de perimenopauze is vervelend, maar zeker niet het einde van je actieve leven. Door je leefstijl aan te passen, je bekkenbodem te trainen en de juiste hulpmiddelen te gebruiken, kun je het grootste deel van de klachten beheersen. En als het even niet lukt, is er altijd professionele hulp.

Jij bent de baas over je lichaam, niet je blaas. Dus pak die regie terug, stap over op die koffievervanger en lach weer voluit zonder achterom te kijken.

Portret van Annelies de Vries, coach voor vrouwelijk welzijn en persoonlijke groei
Over Annelies de Vries

Annelies helpt vrouwen hun authentieke zelf te omarmen en te groeien.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Perimenopauze herkennen en begrijpen
Ga naar overzicht →